Aan het Kruid wierd door de Ouden een groote openende, pisdrijvende en wondheelende kragt toegeschreeven; weshalven het met voordeel tegen den Steen in een Poeijer of in een geestig Aftrekzel (Infusio spirituosa), en in Verzweeringen der Longen met andere Kruiden in een Aftrekzel als Thee (Infusio Theaeformis) door hun wierd aanbevoolen.